Hoe vaak moet je kolven?
Hoe vaak je moet kolven, hangt af van waarom je kolft. Kolven om je melkproductie op gang te brengen is iets anders dan kolven omdat je een dagje weg bent, weer gaat werken of fulltime wilt kolven zonder baby aan de borst.
De basis blijft steeds hetzelfde: melkproductie werkt voor een groot deel via vraag en aanbod. Hoe vaker en beter melk uit de borst wordt verwijderd, hoe duidelijker het signaal aan je lichaam is om nieuwe melk aan te maken.
Als je baby niet, niet vaak genoeg of niet krachtig genoeg aan de borst drinkt, moet kolven die stimulatie tijdelijk of volledig overnemen.
Een pasgeboren baby drinkt vaak 8 tot 12 keer per 24 uur. Als je baby de borst niet goed kan stimuleren, is dat dus ook ongeveer het aantal momenten waarop je de borst wilt stimuleren met voeden, kolven of een combinatie daarvan.
1. Kolven om de melkproductie op gang te brengen na de geboorte
Soms lukt het een baby na de geboorte nog niet om de melkproductie goed te stimuleren. Bijvoorbeeld omdat je baby prematuur is, erg slaperig is, niet goed aanhapt, ziek is of tijdelijk niet bij je kan drinken.
In dat geval start je bij voorkeur zo vroeg mogelijk met kolven of handmatig afkolven. Het liefst binnen de eerste 1 tot 2 uur na de geboorte. Richt je daarna op ongeveer 8 tot 10 keer kolven per 24 uur, inclusief minimaal één keer in de nacht.
Hoe lang kolf je in de opstartfase?
Om de melkproductie na de geboorte op gang te brengen, wordt vaak geadviseerd om dubbelzijdig ongeveer 15 minuten per keer te kolven.
In deze eerste fase gaat het niet alleen om de hoeveelheid melk die je direct kolft. Het doel is vooral om de borsten regelmatig te stimuleren. Je geeft je lichaam steeds opnieuw het signaal dat er melk nodig is.
In de eerste dagen komt er vaak nog maar weinig melk. Dat is normaal. Colostrum komt meestal in kleine druppels. Soms is het makkelijker om deze eerste melk met de hand op te vangen dan met een kolf.
Praktisch ritme na de geboorte
Een praktisch ritme kan zijn: overdag ongeveer elke 2 tot 3 uur kolven en één keer in de nacht. Probeer in de opstartfase geen lange pauzes te laten ontstaan. Juist de herhaling helpt om de melkproductie op gang te brengen.
Als de melkproductie eenmaal goed op gang is en loopt, kun je het aantal minuten meer loslaten. Kijk dan vooral naar de melkstroom en naar hoe je borsten aanvoelen. Kolf de borst(en) zo goed mogelijk leeg, meestal tot de melkstroom duidelijk afneemt en de borst zachter aanvoelt.
Of je enkelzijdig of dubbelzijdig kolft, hangt af van je situatie en van hoeveel melk je nodig hebt voor de voeding van je kindje. Dubbelzijdig kolven is vaak handig als je een volledige voeding nodig hebt of tijd wilt besparen. Enkelzijdig kolven kan voldoende zijn als je maar een kleine aanvulling nodig hebt, één borst wilt ontlasten of maar aan één kant een voeding hebt gemist.
2. Baby drinkt wel aan de borst, maar krijgt bijvoeding
Soms drinkt een baby wel aan de borst, maar is er toch bijvoeding nodig. Bijvoorbeeld omdat je baby te veel is afgevallen, onvoldoende melk binnenkrijgt, erg slaperig drinkt of medisch gezien extra voeding nodig heeft.
In deze situatie wil je meestal drie dingen tegelijk doen:
- je baby aan de borst laten oefenen;
- zorgen dat je baby voldoende voeding binnenkrijgt;
- je melkproductie extra stimuleren met kolven.
Een veelgebruikte aanpak is: eerst aanleggen, daarna bijvoeding geven en vervolgens kolven. Als je baby bij elke voeding bijvoeding krijgt, probeer dan ook zo vaak mogelijk na die voedingen te kolven.
Lukt dat niet elke keer, streef dan naar een haalbaar ritme waarbij je in totaal rond de 8 goede melkstimulaties per 24 uur uitkomt. Dat kan bestaan uit voedingen aan de borst, kolfsessies of een combinatie daarvan.
Let op actief drinken
Een baby die aan de borst ligt, stimuleert de melkproductie alleen goed als hij of zij ook echt actief drinkt. Een slaperige baby die vooral sabbelt, geeft vaak te weinig prikkel aan de borst. In dat geval is kolven na de voeding extra zinvol.
Bijvoeden en kolven is meestal tijdelijk, maar kan intensief zijn. Zodra je baby beter drinkt, goed groeit en minder bijvoeding nodig heeft, kan het kolven vaak weer worden afgebouwd. Doe dit bij voorkeur samen met een lactatiekundige of borstvoedingscoach, zodat je productie niet te snel daalt.
3. Kolven als je een dagje weg wilt zonder baby
Als je borstvoeding goed loopt en je een dagje weg wilt, hoef je meestal niet ineens veel extra te kolven. Je kolft dan vooral om melk klaar te hebben voor je baby en om je borsten comfortabel te houden wanneer je een voeding mist.
Wil je een voorraadje opbouwen? Dan kun je een paar dagen of weken van tevoren één keer per dag extra kolven. Vaak lukt dit het beste in de ochtend of na een voeding. Kleine beetjes zijn ook prima. Samen vormt dat vanzelf een voeding.
Ben je op de dag zelf zonder baby weg? Kolf dan ongeveer op de momenten waarop je baby normaal aan de borst zou drinken. Zo voorkom je stuwing en blijft je melkproductie stabiel.
4. Kolven als je werkt
Als je weer gaat werken, kolf je meestal ter vervanging van de voedingen die je baby normaal aan de borst zou krijgen. De makkelijkste richtlijn is: kolf ongeveer zo vaak als je baby tijdens jouw afwezigheid zou drinken.
Bij een jonge baby betekent dit vaak elke 2,5 tot 3 uur. Bij een oudere baby kan er soms meer tijd tussen zitten, zeker als je baby ook vaste voeding krijgt.
Kijk niet alleen naar de klok. Let ook op je borsten, je melkproductie en hoeveel melk je baby nodig heeft tijdens jouw werkdag.
Voorbeeld
Ben je 8 uur van huis en drinkt je baby normaal 3 keer in die periode? Dan zijn 2 tot 3 kolfsessies op het werk vaak logisch.
Drinkt je baby nog heel vaak of is je productie gevoelig voor daling? Dan kan vaker kolven nodig zijn.
5. Fulltime kolven zonder baby aan de borst
Als je fulltime kolft en je baby niet aan de borst drinkt, neemt de kolf de volledige stimulatie over. Vooral direct na de geboorte en in de opstartfase vraagt dit om een duidelijk ritme.
In de eerste periode is vaak 8 tot 10 keer kolven per 24 uur nodig om de melkproductie goed op gang te brengen. Probeer in die fase ook minimaal één keer in de nacht te kolven. Nachtelijke stimulatie kan helpen bij het opbouwen van de productie.
Fulltime kolven in de opstartfase
In de opstartfase wordt vaak geadviseerd om dubbelzijdig ongeveer 15 minuten per keer te kolven. Op dat moment gaat het niet alleen om hoeveel melk je direct kolft. Het gaat vooral om het regelmatig stimuleren van beide borsten.
Als je melkproductie eenmaal goed op gang is en stabiel loopt, kun je het aantal minuten meer loslaten. Kijk dan vooral naar de melkstroom en naar hoe je borsten aanvoelen. Kolf tot de borst(en) goed geleegd zijn en de melkstroom duidelijk afneemt.
Fulltime kolven als de productie stabiel loopt
Wanneer de productie stabiel is, kolven veel moeders die fulltime kolven ongeveer 6 tot 8 keer per 24 uur. Sommige moeders hebben dit aantal nodig om hun productie op peil te houden. Andere moeders kunnen met minder kolfsessies voldoende melk blijven maken.
Dit verschilt per moeder. Het hangt onder andere af van je opslagcapaciteit, je totale dagopbrengst, je hormoonreactie en hoeveel melk je kindje nodig heeft.
Als je een kolfsessie wilt laten vervallen, doe dit dan stap voor stap. Kijk goed naar je dagopbrengst, stuwing, harde plekken en het drinkvolume van je baby. Merk je dat je productie daalt of dat je borsten te vol blijven? Dan kan het nodig zijn om weer iets vaker te kolven.
Bij fulltime kolven is niet alleen de frequentie van belang. Ook de juiste borstschildmaat, een goed werkende kolf, voldoende vacuüm, ontspanning en borstcompressie kunnen veel verschil maken.
Of je enkelzijdig of dubbelzijdig kolft, hangt af van hoeveel melk je nodig hebt en wat praktisch haalbaar is. Dubbelzijdig kolven is vaak efficiënter en helpt om beide borsten regelmatig te stimuleren. Enkelzijdig kolven kan ook, maar dan duurt een volledige kolfsessie meestal langer.
Opslagcapaciteit, prolactine en jouw “magic number”
Hoe vaak je moet kolven, hangt niet alleen af van hoeveel melk je kindje nodig heeft. Ook jouw lichaam speelt hierin mee. De ene moeder kan langere pauzes tussen voedingen of kolfsessies goed opvangen. De andere moeder merkt sneller dat de productie daalt of dat de borsten te vol blijven.
De borst is geen voorraadvat
Met opslagcapaciteit bedoelen we niet dat de borst een simpel vat is dat eerst volloopt en daarna leeg moet. Melk wordt continu aangemaakt. Ook tijdens en na het voeden of kolven gaat de melkproductie door.
Toch maakt het wel uit hoe vol de borst wordt. Een borst die vaak erg vol blijft, krijgt het signaal om langzamer melk aan te maken. Een borst die regelmatig goed geleegd wordt, krijgt juist het signaal dat er weer nieuwe melk nodig is.
Vooral in de eerste periode van de borstvoedingsperiode kan dit veel invloed hebben. De melkproductie moet dan nog opgebouwd en goed ingesteld worden. Lange pauzes, volle borsten of onvoldoende melk verwijderen kan er dan sneller voor zorgen dat de productie minder goed op gang komt.
Waarom de ene moeder vaker moet kolven dan de andere
Niet iedere borst reageert hetzelfde op volheid. Sommige moeders krijgen snel volle borsten en moeten vaker voeden of kolven om de productie goed op peil te houden. Andere moeders kunnen wat langere pauzes hebben zonder dat hun dagproductie direct daalt.
Dat verschil wordt vaak omschreven als opslagcapaciteit. Het gaat dan niet om de grootte van je borsten, maar om hoeveel melk je borsten kunnen bevatten voordat die volheid de melkproductie begint af te remmen. Dit kan per moeder verschillen en zelfs per borst.
Een moeder met een kleinere opslagcapaciteit kan prima voldoende melk maken. Zij heeft alleen vaak meer voedingen of kolfsessies per 24 uur nodig om dezelfde daghoeveelheid te halen.
De rol van prolactine
Na het voeden of kolven stijgt de prolactinespiegel. Prolactine is een hormoon dat een belangrijke rol speelt bij de aanmaak van moedermelk. Ongeveer een half uur na het legen van de borsten piekt deze prolactinespiegel.
Door de borsten regelmatig goed te legen, krijgt je lichaam steeds opnieuw een prikkel om melk aan te maken. Hoe vaak die prikkel nodig is, verschilt per moeder.
In de eerste periode draait het vooral om vaak en effectief melk verwijderen, zodat de productie goed op gang kan komen. Als de borsten vaak te vol blijven, kan dat de melkproductie afremmen.
Als de melkproductie na een aantal maanden stabieler is, wordt vooral het totale aantal effectieve melkverwijderingen per 24 uur belangrijk. Sommige moeders hebben vaker een prikkel nodig om hun prolactine en melkproductie op peil te houden. Andere moeders houden met minder voedingen of kolfsessies een goede prolactinespiegel en voldoende productie.
Wat is je “magic number”?
Het aantal keren per 24 uur dat jouw borsten goed geleegd moeten worden om je melkproductie stabiel te houden, wordt ook wel je “magic number” genoemd.
Bij de ene moeder ligt dit aantal lager, bijvoorbeeld 5 keer per dag. Bij een andere moeder is 8 keer per dag of vaker nodig om dezelfde productie vast te houden.
Je magic number is geen vaste regel en ook geen garantie. Het is een hulpmiddel om te begrijpen waarom het ene kolfschema voor de ene moeder goed werkt en voor de andere moeder niet.
Een praktische manier om hiernaar te kijken, is de hoeveelheid melk die je kolft op het moment dat je borsten het volst zijn. Dat is vaak bij de eerste kolfsessie in de ochtend of na de langste pauze.
Kolf je op dat moment veel melk, dan kun je soms met minder kolfsessies je productie behouden. Kolf je per sessie kleinere hoeveelheden, dan heb je vaak vaker een melkverwijdering nodig om dezelfde dagopbrengst te halen.
Grove richtlijn voor je magic number
Grove richtlijn voor je magic number
Mogelijk aantal kolfsessies om productie te behouden
30–60 ml
vaak rond 8 keer per 24 uur
60–90 ml
vaak rond 7 keer per 24 uur
90–150 ml
vaak rond 6 keer per 24 uur
150–270 ml
vaak rond 5 keer per 24 uur
300 ml of meer
soms 3–4 keer per 24 uur
Zie dit schema als hulpmiddel, niet als harde regel. Je lichaam blijft leidend.
Daalt je dagopbrengst, krijg je stuwing of merk je dat je borsten te lang vol blijven? Dan kan het nodig zijn om weer iets vaker te kolven.
Voor fulltime kolven betekent dit dat 6 tot 8 keer per 24 uur voor veel moeders passend is zodra de productie stabiel loopt. Sommige moeders hebben meer kolfsessies nodig. Andere moeders kunnen met minder kolfsessies voldoende melk blijven maken.
Het juiste aantal kolfsessies is dus niet voor iedereen hetzelfde. Het doel is dat je dagopbrengst past bij wat je kindje nodig heeft en dat je borsten regelmatig goed geleegd worden.
Kort overzicht
Situatie
Richtlijn
Baby kan na de geboorte niet goed drinken
Start liefst binnen 1 tot 2 uur na de geboorte. Kolf of handkolf ongeveer 8 tot 10 keer per 24 uur, inclusief minimaal één keer in de nacht. Vaak wordt geadviseerd om dubbelzijdig ongeveer 15 minuten per keer te kolven.
Baby drinkt aan de borst, maar krijgt bijvoeding
Leg eerst aan, geef daarna bijvoeding en kolf vervolgens na. Streef naar ongeveer 8 goede melkstimulaties per 24 uur.
Dagje weg zonder baby
Kolf op de momenten waarop je baby normaal zou drinken. Wil je een voorraadje opbouwen, kolf dan vooraf bijvoorbeeld één keer per dag extra.
Werken
Kolf ter vervanging van de gemiste voedingen. Bij jonge baby’s is dat vaak elke 2,5 tot 3 uur.
Fulltime kolven in de opstartfase
Direct na de geboorte vaak 8 tot 10 keer per 24 uur, inclusief een nachtelijke sessie. Vaak dubbelzijdig ongeveer 15 minuten per keer.
Fulltime kolven bij stabiele productie
Veel moeders komen uit op 6 tot 8 keer per 24 uur. Het juiste aantal hangt af van opslagcapaciteit, dagopbrengst, hormoonreactie en de behoefte van je kindje.
Na de opstartfase
Laat het aantal minuten meer los en kolf vooral tot de borst(en) goed geleegd zijn en de melkstroom duidelijk afneemt.
Wanneer schakel je hulp in?
Schakel hulp in als je baby te veel afvalt, suf is, weinig natte luiers heeft, geel ziet of niet goed drinkt.
Vraag ook hulp als je melkproductie ondanks vaak kolven niet op gang komt, als je pijn hebt, wondjes krijgt, terugkerende harde plekken voelt of twijfelt over de juiste borstschildmaat.
Kolven draait niet om “hoe vaker hoe beter”. Het gaat om de juiste frequentie voor jouw situatie, goede melkverwijdering en een ritme dat haalbaar blijft.
Bronnen
Wetenschappelijke literatuur
Daly, S. E. J., Kent, J. C., Owens, R. A., & Hartmann, P. E. (1996). Frequency and degree of milk removal and the short-term control of human milk synthesis. Experimental Physiology, 81, 861–875.
Cox, D. B., Owens, R. A., & Hartmann, P. E. (1996). Blood and milk prolactin and the rate of milk synthesis in women. Experimental Physiology, 81, 1007–1020.
Kent, J. C., Mitoulas, L. R., Cox, D. B., Owens, R. A., & Hartmann, P. E. (1999). Breast volume and milk production during extended lactation in women. Experimental Physiology, 84, 435–447. doi: 10.1111/j.1469-445X.1999.01808.x
Kent, J. C., Mitoulas, L. R., Cregan, M. D., Ramsay, D. T., Doherty, D. A., & Hartmann, P. E. (2006). Volume and frequency of breastfeedings and fat content of breast milk throughout the day. Pediatrics, 117(3), e387–e395. doi: 10.1542/peds.2005-1417
Peaker, M., & Wilde, C. J. (1996). Feedback control of milk secretion from milk. Journal of Mammary Gland Biology and Neoplasia, 1(3), 307–315. doi: 10.1007/BF02018083
Prime, D. K., Garbin, C. P., Hartmann, P. E., & Kent, J. C. (2012). Simultaneous breast expression in breastfeeding women is more efficacious than sequential breast expression. Breastfeeding Medicine, 7(6), 442–447. doi: 10.1089/bfm.2011.0139
Prime, D. K., Geddes, D. T., Spatz, D. L., Robert, M., Trengove, N. J., & Hartmann, P. E. (2009). Using milk flow rate to investigate milk ejection in the left and right breasts during simultaneous breast expression in women. International Breastfeeding Journal, 4, 10. doi: 10.1186/1746-4358-4-10
Morton, J., Hall, J. Y., Wong, R. J., Thairu, L., Benitz, W. E., & Rhine, W. D. (2009). Combining hand techniques with electric pumping increases milk production in mothers of preterm infants. Journal of Perinatology, 29(11), 757–764. doi: 10.1038/jp.2009.87
Kent, J. C., Prime, D. K., & Garbin, C. P. (2012). Principles for maintaining or increasing breast milk production. Journal of Obstetric, Gynecologic & Neonatal Nursing, 41(1), 114–121. doi: 10.1111/j.1552-6909.2011.01313.x
Richtlijnen en praktische bronnen
Academy of Breastfeeding Medicine. (2017). ABM Clinical Protocol #3: Supplementary feedings in the healthy term breastfed neonate, revised 2017. Breastfeeding Medicine, 12, 188–198. doi: 10.1089/bfm.2017.29038.ajk
UNICEF UK Baby Friendly Initiative. (2022). Expressing milk for your baby on the neonatal unit.
Centers for Disease Control and Prevention. (2026). Pumping breast milk. Infant and Toddler Nutrition.
La Leche League GB. Exclusively expressing breastmilk for your baby.
La Leche League International. Pumping milk.
Mohrbacher, N. (2010). The “magic number” and long-term milk production.