Kolven met een elektrische kolf
Een elektrische borstkolf werkt meestal met verschillende standen. Bijna elke elektrische kolf heeft een stimulatiefase en een afkolffase. Vaak kun je de zuigkracht aanpassen. Bij sommige kolven kun je ook het kolfritme aanpassen.
Bij de meeste elektrische kolven stel je vooral de kracht in. Het ritme ligt dan vast in het programma van de kolf. De fabrikant bepaalt dus hoe snel de kolf zuigt in de stimulatiefase en in de afkolffase. Bij sommige kolven kun je dit ritme zelf nog aanpassen. Daarmee kun je de kolf nog beter laten aansluiten op jouw melkstroom.
De kracht van een kolf staat in de handleiding. Toch zegt dat niet alles over hoe de kolf voelt tijdens het kolven. De kracht uit de motor is namelijk niet altijd hetzelfde als het vacuüm dat jij aan de borst ervaart. Als het borstschild te krap is, te groot is of niet goed aansluit, kan het vacuüm minder goed aanvoelen of minder goed werken.
Waarom het ritme van de kolf uitmaakt
Het kolfritme bepaalt hoe snel de kolf zuigt en loslaat. Als je dit kunt aanpassen, kun je beter inspelen op jouw toeschietreflex en melkstroom.
Heb je een sterke toeschietreflex? Dan werkt een trager ritme vaak prettig zodra de melk goed stroomt. Zo maak je optimaal gebruik van de melkstroom.
Komt je toeschietreflex minder makkelijk op gang? Dan kan een sneller ritme helpen om de borst beter te stimuleren.
Sommige elektrische kolven hebben ook een derde programma: de 2-in-1 modus. In dit programma wisselt de kolf automatisch af tussen stimuleren en afkolven. Je hoeft dan niet steeds zelf te schakelen tussen de stimulatiefase en de afkolffase. Dat kan handig zijn als je tijdens het kolven meerdere toeschietreflexen krijgt.
Starten met kolven
- Plaats het borstschild of de borstschilden op de borst.
- Zorg dat de tepel precies in het midden van de tunnel zit. Gebruik je een InBra handsfree wearable kolf? Dan kun je iets naar voren buigen, zodat je goed kunt zien of de tepel in het midden van de tunnel zit.
- Houd het borstschild goed tegen de huid, zodat er vacuüm ontstaat. Je kunt het borstschild eventueel een beetje vochtig maken.
- Duw het borstschild niet te diep in de borst. Gebruik bij een InBra handsfree kolf altijd een BH-bandverlenger, zodat er niet te veel druk op de borst komt.
- Gebruik je een kolf met twee of drie fases? Start dan met de toeschietreflexmodus of stimulatiefase.
- Stel daarna het vacuüm in. Zet de kracht van de kolf zo hoog mogelijk, zolang het prettig blijft voelen. Wordt het vacuüm oncomfortabel of irritant? Zet de kolf dan één stand lager. Dit noemen we het maximaal comfortabele vacuüm.
- In het begin komt de melk meestal in druppeltjes. Na het toeschieten zie je vaak dat de melk in straaltjes begint te stromen.
- Schakel over naar de afkolffase zodra je melk ziet stromen of wanneer je een toeschietreflex voelt. Je hoeft niet te wachten tot de kolf dit zelf doet. Pas het vacuüm daarna opnieuw aan naar het niveau dat voor jou krachtig maar comfortabel voelt.
Kolven met een verstelbaar vacuüm en ritme
Gebruik je een kolf waarbij je zowel het vacuüm als het ritme kunt aanpassen? Start dan met een snel ritme en een lager vacuüm. Dit helpt om de borst te stimuleren.
Zodra de melk goed stroomt, kun je het vacuüm hoger zetten en het ritme langzamer maken. Zo sluit de kolf beter aan op de melkstroom.
Kolf door tot er bijna geen melk meer uit de borst komt. Je ziet dan dat de straaltjes weer druppeltjes worden.
Bij een 2-fase kolf
Zet de kolf weer terug naar het snellere stimulatie ritme om een nieuwe toeschietreflex op te wekken. Tijdens één kolfsessie kan de melk meerdere keren opnieuw gaan stromen.
Zodra de melk weer goed stroomt, kun je het ritme opnieuw langzamer zetten naar de expressie of afkolffase.
Bij een 3-fase kolf
Gebruik de 2-in-1 modus wanneer de melkstroom afneemt. In dit programma wisselt de kolf automatisch af tussen stimuleren en afkolven. Je hoeft dus niet zelf steeds terug te schakelen van de afkolffase naar de stimulatiefase.
Dit ritme lijkt op wat een baby vaak doet als de borst leger wordt: een paar keer kort zuigen om weer melk te verzamelen en daarna een slok doorslikken. Zo kan de kolf helpen om opnieuw een toeschietreflex op te wekken en de melkstroom weer beter op gang te brengen.
Als de melkstroom afneemt
Neemt de melkstroom af en krijg je geen nieuwe toeschietreflex meer? Dan kun je borstcompressie toepassen. Daarmee kun je controleren of er nog melk uit de borst komt en of de borst voldoende is geleegd.
Contact met Moedermelk Netwerk
Kom je er niet helemaal uit? We denken graag met je mee.
Heb je een vraag over borstvoeding, kolven, donormelk, een borstkolf of losse kolfonderdelen? Neem gerust contact met ons op. We luisteren naar je situatie, denken praktisch met je mee en helpen je op weg naar de juiste informatie, afspraak of oplossing.
Je kunt bij ons terecht voor vragen over:
Borstvoedingsconsult
Loop je vast met borstvoeding, aanleggen, pijnklachten, onrust aan de borst of twijfel over de melkproductie? Dan kijken we graag met je mee. Soms is een korte vraag voldoende. In andere situaties kan een borstvoedingsconsult meer duidelijkheid geven.
Kolfconsult
Kolven hoort comfortabel en effectief te zijn. Toch lukt dat niet altijd vanzelf. Een borstschild kan niet goed passen, de kolf kan niet goed aansluiten of de melkstroom komt lastig op gang. Tijdens een kolfconsult kijken we naar jouw situatie, de pasvorm en welke kolf of onderdelen beter kunnen passen.
Vragen over borstkolven en onderdelen
Heb je een vraag over een borstkolf, borstschild, ventiel, membraan, slang, cup of ander onderdeel? Stuur ons gerust een bericht. We helpen je graag beoordelen welk onderdeel je nodig hebt, of een probleem mogelijk door slijtage, pasvorm of gebruik komt.
Donormelk
Wil je moedermelk doneren of ben je op zoek naar informatie over donormelk? Ook dan kun je contact met ons opnemen. We wijzen je de juiste route en geven aan welke informatie of stappen nodig zijn.
Stuur ons je vraag
Omschrijf kort waar je tegenaan loopt. Vermeld bij vragen over een borstkolf of onderdeel liefst ook het merk, het model en eventueel een foto of filmpje. Dan kunnen we beter met je meekijken.